Nieuws

Geplaatst op 2 februari 2016

De dynamiek van het denken


Mag je in Nederland homofoob zijn, is de leidende vraag waarmee Floor Rusman in haar NRC column van 29 december het ‘waardendebat’ bespreekt. Mij valt op dat in deze column een negatieve houding ten opzichte van homo’s vooral gekoppeld wordt aan vluchtelingen, ‘andere culturen’ en moslims. Een positieve houding wordt geassocieerd met ‘onze’ waarden en normen. Rusman suggereert hiermee dat culturele, etnische en religieuze factoren bepalen hoe men tegenover homo’s staat. Tegelijkertijd erkent zij dat ook veel autochtonen homoseksualiteit niet accepteren, maar ze geeft daar geen duidelijke verklaring voor.

Wat – zoals wel vaker – ontbreekt is een historisch ontwikkelingsperspectief. Standpunten en oordelen zijn niet statisch. Homoseksuele handelingen waren sinds de 13e eeuw in Europa een strafbaar feit, waar de doodstraf op stond. Als gevolg van de Verlichting in de 18e eeuw schaften de Fransen in 1791 deze strafbaarheid af voor mannen boven de 21 jaar en Nederland volgde. In Pruisen en Engeland bleef de strafbaarheid bestaan, al werd de doodstraf vervangen door een gevangenisstraf. In de jaren vijftig van de vorige eeuw was in Nederland homoseksualiteit onder de 21 jaar nog steeds verboden. Bijna niemand durfde voor zijn of haar homoseksualiteit uit te komen. De psychiatrie en medische wetenschap hielden zich bezig met de ‘genezing’ van homomannen. Tot in de jaren zestig waren elektroshocktherapie en castratie onderdeel van de medische behandeling. Het perspectief in de Nederlandse samenleving op homoseksualiteit is langzamerhand verschoven naar een grotere openheid en acceptatie. In 2001 was Nederland het eerste land ter wereld waar homo’s konden trouwen. Dat betekende niet dat àlle burgers dit standpunt onderschreven, maar het perspectief van ‘acceptatie van andersdenkenden’ was wel een belangrijke onderstroom in de Nederlandse samenleving geworden.

Ieder mens maakt gedurende het leven een ontwikkeling door. Daarbij zijn traditionele waardesystemen waarin de familie en de eigen groep centraal staan, een sterk normbesef leeft over goed en kwaad en er sprake is van uitgesproken Wij-Zij denken, het vertrekpunt. Van daaruit kan een meer individuele levensvisie ontstaan waarin succes en ambitie leidende motieven worden en de vrijheid van meningsuiting een belangrijke waarde wordt. De daaropvolgende fase wordt gekenmerkt door nog grotere openheid, solidariteit met andersdenkenden in de wereld en het ontwikkelen van het vermogen om te reflecteren op het eigen handelen. Hoe ver men zich kan ontwikkelen, is onder andere afhankelijk van de levensomstandigheden waarin men verkeert. Ook organisaties en samenlevingen ontwikkelen zich volgens een vergelijkbaar patroon.

Vandaag de dag kijken Nederlanders vanuit verschillende perspectieven naar homoseksualiteit. Dat geldt voor autochtone èn allochtone burgers. Religie en cultuur zijn niet de meest bepalende factoren in het debat. De grote verschillen tussen mensen liggen eerder in hun kijk op zichzelf en op de wereld, in het waardesysteem dat ten grondslag ligt aan hun handelen.

Deze verschillende perspectieven zien we ook terug in het vluchtelingendebat. De visie van de gevestigde burgers is grofweg onder te verdelen in:
- Wij-Zij-denkers die tegen de komst van migranten zijn omdat die anders zijn dan wij; angst voor het doorbreken van de vertrouwde manier van leven;
- De ondernemende types die het initiatief herkennen: geef vluchtelingen snel de kans om een bijdrage aan onze economie te leveren;
- De verwelkomers: iedereen mag komen;
- Degenen die meer vanuit een helicopterview kijken naar wat er zich voordoet.
Vluchtelingen kijken ook niet allemaal hetzelfde naar de samenleving waar ze vanuit hun benarde situatie in terecht komen. Hoewel iedereen hier start in een overlevingsmodus en sterke gerichtheid op familie en eigen groep, zie je al snel verschillende perspectieven: meer traditioneel, sterk ondernemend, vanuit solidariteit of een betrokkenheid op de hele wereld. De levensomstandigheden zijn deels belemmerend (geweest) op de persoonlijke ontwikkeling, maar er is sprake van een grote diversiteit van denken.

Of we nu kijken naar homofobie, het vluchtelingenvraagstuk of welk ander onderwerp ook, het innemen van uiteenlopende en tegenstrijdige standpunten is meer gekoppeld aan het eigen ontwikkelingsperspectief, levensomstandigheden en het evolutiestadium van verschillende samenlevingen dan aan verschillen tussen religies of culturen. Als we dat kunnen zien, ontstaat er veel meer ruimte voor een gezamenlijke toekomst in Nederland en in Europa.

Leida Schuringa
Januari 2016

Leida Schuringa maakt deel uit van het SDi-schrijverscollectief van CHE (Center for Human Emergence). Dit collectief bekijkt maatschappelijke vraagstukken vanuit Spiral Dynamics (www.spiraldynamicsintegral.nl) en biedt daarmee zicht op nieuwe oplossingen. Leida is auteur van verschillende boeken o.a. Omgaan met diversiteit; Projectmatig werken voor de non-profit sector en Community Empowerment in a developing country.